HET BLAUWE TAPIJT

2022

Op Landgoed Grootstal nèt buiten Nijmegen bewerk ik een stukje land ter grootte van mijn atelier, met exact dezelfde afmetingen. Voor mijn onderzoek naar natuurlijke kleurvaste verfmethoden zaai ik er targetes en wede: bloemen die voor de mens geel ogen, maar door insecten worden waargenomen als ultraviolet blauw. Aan het einde van de zomer worden de bloemen en daarmee de verfstoffen geoogst. De gele wede geeft dan een felblauwe kleur in het verfproces. Als beeldend kunstenaar ben ik geïnteresseerd in de kanteling van perspectief in de waarneming. Door het verwerken van verfplanten en het bewerken van grond, op een veld als tijdelijk atelier, onderzoek ik dat gegeven. Het Blauwe Tapijt wordt ontwikkeld in de aanloop naar een residency bij Kunstenaarsinitiatief De Fabriek in Eindhoven.
Veel dank: Kien van Hövell tot Westerflier, Landgoed Grootzicht

TEKSTPLATEN

2021-present

TEKSTPLATEN is een voortzetting van een langlopend artistiek experiment met keramiek en tekst, als onderdeel van performatief werk in de publieke ruimte. Instructies op de platen, in de vorm van korte zinnen, nodigen passanten uit tot wandelen en handelen op locatie. Voor de instructies laat ik me inspireren door gedachtegoed – gesprekken, literatuur, filosofie, wetenschappelijk onderzoek – over feminisme, planten, bomen en micro-organismen. De tekstplaten, die eerder in het wandelwerk TRACK (2019) als kijkgereedschap fungeerden, heb ik verder ontwikkeld tijdens mijn residentie bij Sundaymorning@ekwc, van januari tot maart 2021. In die periode heb ik geëxperimenteerd met een verscheidenheid aan kleisoorten, tests uitgevoerd met CNC-frezen en boortjes, een reeks gekleurde kleisoorten samengesteld en nieuwe glazuurrecepten uitgeprobeerd.

TRACK

2019

Het werk TRACK, gemaakt voor Biënnale Gelderland, bestaat uit een serie keramische objecten die – als een wandelpad – drie straten in Arnhem omvatten en samen een installatie vormen. De objecten zijn gemaakt van keramiek, hebben verschillende vormen en maten en een felle gele kleur. Op sommige van de objecten is een tekst geplaatst, die instructies geeft voor een korte mentale of fysieke wandeling. Voor deze instructies liet ik me inspireren door gedachten (gesprekken, literatuur, filosofie, wetenschappelijk onderzoek) over planten, micro-organismen en bomen.

Met TRACK wilde ik ook het idee van sculptuur in de openbare stedelijke ruimte oprekken, door er privéruimtes en mensen bij te betrekken. De keramische objecten zijn geplaatst op muren en stroken voor en achter woongebouwen en winkeletalages. De route kwam tot stand door contact met bewoners en winkeliers, die een object achter het raam, in de etalage of op de gevel plaatsten. Sommige bewoners en winkeliers ontwierpen zelf een voorwerp van keramiek, bijvoorbeeld de bakker die een broodplank maakte en een bewoner die een huiskat ontwierp. Deze objecten zijn allemaal opgenomen in de wandeling. In de context van TRACK stel ik indirect de vraag of de aanwezigheid van de kunstenaar, in een performatief werk dat bovendien wandelen als medium heeft, noodzakelijk of wenselijk is.

I SUPPORT YOU – YOU SUPPORT ME

2018 & 2021

I SUPPORT YOU – YOU SUPPORT ME is zowel een taalkundig als een performatief gebaar. Het bestaat uit een zwart-wit gebreide sjaal met tekst aan beide zijden. De sjaal ondersteunt de drager en spreekt tegelijkertijd tot de plek waar ze zich bevindt. In meerdere richtingen ontstaan op deze manier ontmoetingen.
Gedurende de tentoonstelling SUPPORT SPACE zijn vijftig I SUPPORT YOU – YOU SUPPORT ME sjaals op reis gegaan. In een zelfgemaakt en zorgvuldig dichtgenaaide envelop werden ze per racefiets of post bezorgd in Nederland en daarbuiten.

Wie een sjaal bestelt, wordt eerst ontvanger en daarna gever. Je reserveert de sjaal immers niet voor jezelf; de intentie is om deze door te geven aan iemand die je wilt steunen. En het persoonlijk afleveren van een sjaal op die zelfgekozen eindbestemming blijkt waardevol te zijn. Voor veel gevers is de sjaal een aanleiding om de ontvanger op te zoeken – vaak hebben ze elkaar al een tijd niet gezien. Zo is de sjaal een manier om – ten tijde van COVID-19 – onderlinge nabijheid te ervaren.

Als kunstenaar blijf ik op afstand in dit proces, om niet in de weg te staan van een intieme overdracht van de sjaal. Mijn verzoek aan de gever was om mij een foto van de overdracht te zenden; om de reis van de sjaal vast te leggen. Zo heb ik vele foto’s ontvangen van gevers en ontvangers en bijzondere locaties.

Daarnaast heb ik ook persoonlijke verhalen ontvangen. Redenen waarom mensen iemand willen steunen: vaak omdat de ontvanger een zware tijd heeft. En soms draaien die rollen om: mensen die een sjaal willen geven aan degene aan wie zij steun ontlenen in moeilijke tijden. Ik heb ook enkele berichten ontvangen van gevers, die hebben gezien hoeveel impact de gift had op de ontvanger. Diepgaande gesprekken ontvouwen zich, tussen gever en ontvanger, maar ook tussen de gever en de kunstenaar.

Voor mij betekent het een nieuwe, diepgaande relatie tot het publiek tot mijn artistieke werken. Normaal gesproken komen er bezoekers naar een tentoonstelling. Nu vindt het kunstwerk een weg naar het publiek toe – letterlijk: naar diens brievenbus, huis, en leven.

OBSERVER

2018-2019

Het werk OBSERVER kreeg vorm toen ik fundamenteel aan het nadenken was over onze manier van waarnemen en het verschil tussen een staande en liggende waarneming. OBSERVER bestaat uit cirkelvormige canvas kleden met een diameter van ongeveer acht meter en een aantal kleine ronde uitsnijdingen erin die mensen in staat stellen hun omgeving op een andere manier te ervaren. Het werk kan op verschillende manieren worden ervaren. Men kan op het tapijt gaan liggen, door een van de gaten kijken, en een klein geïsoleerd deel van de omgeving aanschouwen, om zich vervolgens op de rug te draaien en de uitgestrektheid van de hemel te aanschouwen. Of men kan langs het enorme tapijt lopen met mensen erop die zich ontspannen tijdens een wandeling door het landschap en getuige zijn van de esthetische kenmerken van hun aanwezigheid op die plaats. In beide gevallen gaat het nooit alleen om het ontworpen materiële aspect van het werk, maar om de manier waarop deze materialiteit zich verhoudt tot de deelnemers en de omgeving.

PATHFINDER

2020

PATHFINDER bestaat uit tien gezeefdrukte kaarten met wandelinstructies. De teksten op de kaarten richten op verschillende manieren – al vragend of uitnodigend instruerend – de zintuigen van de wandelaar. De instructies zetten aan tot een korte handeling of denkbeweging, die de zintuigen activeert en lichaam en geest in beweging brengt. De wandelingen die hieruit voortkomen bieden nieuwe mogelijkheden voor relaties en verbanden tussen de bezoeker en haar omgeving. De eenvoudige aanwijzingen fungeren als poëtische voorstellen voor alternatieve scenario’s die tot uitvoering kunnen worden gebracht. Ze nodigen de deelnemer uit tot handelen: activeren, anticiperen, verstrengelen, verstaan. Door net anders te wandelen worden automatismen onderzocht en alternatieve mogelijkheden verkend. De wandelingen ‘ontfilteren’ het kijken en breiden het uit met andere manieren van waarnemen.

PATHFINDER gaat over het sensitief waarnemen en ervaren van alternatieven voor vanzelfsprekende uitgangsposities – en over het plezier van de ontdekking. De wandelinstructies zijn geïnspireerd op een wederzijdse relatie tussen tekst en plek. Hernieuwde interesse voor haar Indische familiegeschiedenis heeft Isolde opnieuw doen nadenken over de verhouding tussen lichaam en plek en de invloed van taal op de waarneming.

Dank aan: Marlies van Hak (tekstredactie), Jonathan Beaton (vertaling), Wouter Engelbart (support), Plaatsmaken (zeefdruk), Zone2Source (curator) & Mondriaanfonds.

TRAVELLER

2020

TRAVELLER is een zwart kubusvormig object met een ingebouwde mechaniek, waarmee papieren proppen worden gelanceerd. Het werk, dat soms in het landschap en soms in een galerie is geplaatst, katapulteert proppen die de beschouwer kan opvangen en openvouwen. De proppen bevatten instructies voor een korte handeling, die de zintuigen activeert en lichaam en geest in beweging brengen. Woorden worden hier letterlijk de lucht in geslingerd, zoals zinnen worden uitgesproken. Voorbeelden van instructies zijn: “HOUD EEN KEELKLANK TIEN SECONDEN AAN. LUISTER DAARNA NAAR DE RUIMTE.”; “LOOP ACHTERUIT TOTDAT JE DE PLEK WAAR JE NU BENT NIET MEER ZIET.”. De eenvoudige aanwijzingen fungeren als poëtische voorstellen voor alternatieve scenario’s die in het moment, na een druk op een rode knop, tot uitvoering worden gebracht. Ze nodigen de deelnemer uit tot handelen: activeren, anticiperen, vangen, verstaan.

Met speciale dank aan: Jos Scholtes

VERSED PATHS

2018

Elke dag wandelen we over paden, bruggen en wegen. We stoppen voor auto’s, we steken een zebrapad over: inhalen, voorschieten, lezen, ademhalen. De weg bepaalt het ritme. In hoeverre beïnvloedt onze ruimtelijke omgeving niet alleen onze beweging, maar ook ons denken en voelen? Tijdens VERSED PATHS, ontwikkeld in opdracht van Perdu Amsterdam, onderzochten we in groepsverband de mentale en belichaamde ervaring tijdens het lopen. Voor deze lecture-performance nam ik mensen mee de publieke ruimte van Amsterdam in, aan de hand van tekstuele instructies die we collectief uitvoerden. Het dagelijks leven, ongescript toeval en nieuwe mogelijkheden in wellicht overbekende situaties werden onderdeel van het werk. VERSED PATHS bestond uit twee oefeningen: precies wandelen en teksten plaatsen. Tijdens precies wandelen stopten we op plekken waar je normaal niet zou stilstaan; langs randen van gangbare paden, tegen muren, op precies een meter afstand van elkaar, op momenten in de tijd die afwijken van het alledaagse ritme van de stad. We liepen in colonne door een onverwacht buurtfeestje, waardoor het leven ineens het werk binnenkwam. Bij het plaatsen van teksten werkten we in viertallen en met briefjes. Op elk briefje stond een citaat. De plakker koos een plek in de publieke ruimte voor het plaatsen van een specifiek citaat, dat op deze manier in dialoog trad met de omgeving. De laatste lezer nam vervolgens de regie over en werd plakker. Agency, tussen plakker en lezer, tussen citaat en ruimte, wisselde voortdurend tijdens deze wandeloefening.

CRITICAL FRIEND

2020

Onderzoeker en schrijver Marlies van Hak nodigde me uit om als ‘critical friend’ te werken aan een educatief programma aan de Radboud Honours Academy Nijmegen. Dit interdisciplinaire Science meets Art Honourslab werd gecoördineerd door cultuur-coördinator & docent Martijn Stevens. Het bestond uit een serie workshops en discussies bij culturele initiatieven. Als ‘critical friends’ reflecteerden we op belichaamd leren, educatie en verstrengeling van artistieke en theoretische domeinen. De samenwerking met Radboud Universiteit, deelnemen de studenten en Marlies van Hak gaven me nieuwe inzichten in samenwerking, spreken en reflecteren op educatie processen. We stelden een aantal interventies voor en cureerden een afsluitend event in de vorm van een performatieve oefening en een discussie voor de Radboud gemeenschap.

DRIVE OF WALKING

2016

Gedurende THE DRIVE OF WALKING, een masterclass georganiseerd door de Hubert van Eyck Academy Maastricht, heb ik waardevolle inzichten opgedaan over wandelen als artistieke praktijk. Ik ontmoette collega-makers die ook nadenken over de betekenis van wandelen voor hun artistieke werk. We experimenteerden met ideeën over wandelen, produceerden een gezamenlijke publicatie van wandelscripts en onderzochten het belang van de directe ervaring.

BURO RUIMTE RONDOM

2015-2016

Het ontmoeten van landschappen vanuit een artistiek en filosofisch perspectief door ontmoetingen ter plaatse is de focus van Buro Ruimte Rondom. In een tijd waarin digitale sociale relaties een steeds grotere rol spelen, is het van wezenlijk belang om aandacht te besteden aan fysiek samen stil staan en ervaren; aan lokale ontmoetingen met mensen en materie. We verhouden ons allemaal op een bepaalde manier tot onze omgeving, bijvoorbeeld de stad waarin we wonen of het bos waarin we wandelen. Maar hoe kunnen we duurzame en gelijkwaardige waardevolle verbindingen tot stand brengen? Wat we op kleine schaal op een bepaald moment tegenkomen, kan een ingang zijn om grotere contexten te onderzoeken en opnieuw uit te vinden. Door lokale fenomenen en persoonlijke getuigenissen te onderzoeken, door aanwezig te zijn en de dialoog aan te gaan, door gezamenlijk schijnbaar verborgen structuren te ervaren, proberen we stem te geven aan het menselijke en het niet-menselijke dat niet altijd voor zichzelf kan spreken. Dat wil zeggen, niet in woorden.

Concept: Marlies van Hak & Isolde Venrooy
en onder andere Anne Vegter, Martin Drenthen, Esther Kokmeijer, Maïté Tjon A Hie, Deep End Film, Architectuur Centrum Nijmegen, Jan Van Eyck Academy Maastricht, Radboud University Nijmegen

CIJFERSHOP

2004-2020

Binnen CIJFERSHOP presenteren cijfers hun unieke en verschillende waarden via audiofragmenten, teksten en houten vormen. Elk cijfer heeft een eigen karakter. CIJFERSHOP startte in Zwaanshals, een straat in Rotterdam, waar ik een tentoonstellingsruimte ombouwde naar een cijferwinkel die omwonenden aantrok die normaliter niet naar een kunstgalerie gaan. De cijfers, onderdeel van het systeem ‘winkel’, konden worden gekocht als object. In een publicatie die verscheen in 2015 en waarvoor Wouter Engelbart de teksten schreef, spreken de cijfers over hun ervaringen. Ze lichten hun politiek engagement toe, uiten kritiek op hoe de samenleving hen inzet en verwoorden de wens om op een meer persoonlijke wijze benaderd te worden. Sindsdien was CIJFERSHOP te zien bij onder andere VHDG in Leeuwarden. Naast een publicatie zijn er houten cijfers, een script en audiofragmenten ontwikkeld. In dit audiowerk spreken een makelaar, een architect en een financieel adviseur over de rol van cijfers in hun leven en werk. Ook een persoon met een obsessief compulsieve stoornis rondom het cijfer 3 komt aan het woord.

DISCOVERY OF THE WELL-KNOWN

2013

De publicatie Discovery of the Well-known leidt de lezer door verschillende uitvergrotingen van mijn schilderijen uit de serie Typologie van een ideaal landschap. Van een detail naar het geheel en terug. Net zoals het nodig is de schilderijen van dichterbij te bekijken en er afstand van te nemen om het werk te ervaren.

Photography 4/5 inch slide film:
Antje Peters
Photography exhibitions:
Jan Adriaans
Text:
Margriet Kemper
Design:
Rob van Hoesel
Publisher:
The Eriskay Connection

The publication is available on The Eriskay Connection

TYPOLOGY OF AN IDEAL LANDSCAPE

2011-present

TYPOLOGY OF AN IDEAL LANDSCAPE is een serie schilderijen, ieder 160 cm breed en 120 cm hoog. Papieren knipsels van reisbrochures zijn op canvas geplaatst. Deze fragmenten van bijvoorbeeld palmbomen, parasols en skiërs zijn (gedeeltelijk) overgeschilderd met monochrome acrylverf, die ze opnieuw met elkaar verbindt. Verflagen verhullen de oorspronkelijke landschapsbeelden en creëren tegelijkertijd een nieuw landschap. Het werken met verf op deze manier is een ambachtelijk, traag en minutieus proces. Het landschap dat ontstaat door de overschildering is als neerdalende sneeuw, of als zeewater, aarde of lucht. Er ontstaat een gemeenschappelijke tijdstroom doordat elementen bij elkaar worden gebracht. In de publicatie Discovery of the Well-Known (2013) schrijft Margriet Kemper over de uitsneden van skiërs uit brochures: “Geen individuen maar kleine entiteiten, met wie we nog genoeg delen om te weten dat wij een van hen zijn.”
Een nieuwe serie panelen in deze serie is opgebouwd uit beeldfragmenten van landschappelijke elementen uit voormalig Nederlands-Indië, waar een deel van mijn familiegeschiedenis ligt. De typologieën, van suikerpalmen en koffie- en tabaksplanten, plaats ik verspreid op doek om ze vervolgens opnieuw met verf te verbinden. De schilderijen en hun ver- en onthullende voorstellingen verwijzen naar idyllische façades – uit koloniale en huidige tijden – waar­achter verwoestende sociale, landschappelijke en culturele monoculturen schuilgaan.

NOTHING COMES FROM NOTHING

2013-2017

NOTHING COMES FROM NOTHING is een serie schilderijen die de aandacht richt op de belichaamde ervaring van kunstwerken. Papierknipsels op doeken, bijna wit of bijna zwart, vragen om een opmerkzame toenadering van de beschouwer. Alleen door fysiek aanwezig te zijn voor het doek en aandachtig te kijken kunnen de ogen de subtiele verschillen in kleur en patroon onderscheiden. Een snelle blik brengt niet het volledige scala aan tonaliteiten naar voren. Je moet in beweging blijven en het werk steeds opnieuw beschouwen. Gradaties in kleur, nuances in vorm: de materialiteit is hier duidelijk van belang, zoals in de eerder gestarte serie TYPOLOGY OF AN IDEAL LANDSCAPE. Herkenbare voorstellingen verdwijnen, maar wat overblijft is de handeling van de collage –het samenbrengen van papierknipsels tot geabstraheerde voorstellingen met titels als TO EVERY THING THERE IS A SEASON; THE CLOSER THINGS GET TO NON-EXISTENCE; THINGS DEVOLVING TOWARD, OR EVOLVING FROM, NOTHINGNESS. Er is geen duidelijke positie van waaruit het beeld als geheel is te overzien. In de publicatie Discovery of the Well-Known (2013) schrijft Margriet Kemper: “Er is geen breedte en geen hoogte, bron en berg worden verbonden door […] het wit van de sneeuw, het gebroken wit van het zand en het zwart van de nacht.” De verschillende tinten wit, bijvoorbeeld, maken elkaar zichtbaar – ze werken samen. Ze nodigen je uit genuanceerder te kijken, ook naar de context van het schilderij. Hiermee refereert het werk aan steun; een thema dat in meer van mijn werken terugkomt, bijvoorbeeld in I SUPPORT YOU – YOU SUPPORT ME.

ARCHIEF VAN DE AFWEZIGHEID

2015-2018

Het Archief van de Afwezigheid verhaald over het fenomeen van de aanwezigheid van de afwezigheid. Het brengt de aanwezigheid van datgene wat ontbreekt in beeld. Een belangrijk aspect van het Archief van de Afwezigheid zijn expedities – wandelingen door binnen-en buitenruimtes. Tijdens deze expedities, bespreek ik de aanwezigheid van afwezigheid, kijkend naar objecten, planten en terminologieën. Zo leidt de aanwezigheid van een camouflagenet dat schuin over een afdak hangt, tot het bespreken van stealth technieken waardoor voertuigen zich voor de radar afwezig door de ruimte bewegen. De nadruk ligt tijdens deze (fysieke en mentale) wandelingen op zintuiglijke waarnemingen aangevuld met associaties, verhalen en beeldende werken.

EXPEDITIE NOORD

2017

EXPEDITIE NOORD is een collectieve wandeling door een rivierlandschap, ontwikkeld in opdracht van Festival De Oversteek. Tijdens deze wandeling maakten we gebruik van kijkinstrumenten om interactie op te roepen tussen het menselijk lichaam, de omgeving en medewandelaars. In de vorm van drie wandeloefeningen, op verschillende plekken bij de rivier de Waal bij Nijmegen, verkenden deelnemers mijn nieuwste kijkinstrumenten. Een serie tekstkaarten met citaten nodigde uit om anders naar het landschap te kijken en erover met een medewandelaar in gesprek te gaan, aan de hand van de woorden op de kaart. Draagbare spiegels, van verschillende grootte, werden bevestigd op kleding en schoenen voor een onverwacht, gekanteld en verruimd perspectief op omgeving, lichaam en andere lichamen. Een groot blauw kleed, voorzien van ronde gaten, nodigde uit tot experimenteren met schaal op micro- en macroniveau. Inzoomend op een klein deel van de omgeving, liggend op de grond met de blik op de aarde, en uitzoomend naar de weidse ruimte om je heen wanneer je je omdraait op je rug: dit kleed was de eerste versie van het werk OBSERVER (2018-2019). Voor elk experiment met een kijkgereedschap koos ik een andere plaats en ondergrond, in het landschap rondom het stadseiland in de Waal, waardoor we al lopend een route langs de rivier traceerden.

CURATOR WALKINGLABS

2015-2021

Mijn artistieke aanpak wordt gevoed door omvangrijke interdisciplinaire artistieke projecten waarin studenten kunst & design, muziek en theater een week lang samenwerken op verschillende locaties in Nederland. De deelnemers worden begeleid door zeven kunstenaars of ontwerpers.
Deelnemende kunstenaars: Maarten Bel, Daan Couzijn, Maureen Ghazal, André Pielage, Jozee Brouwer, Joost Conijn, Melanie Corre, Designarbeid, Annegien van Doorn, Stijn van Dorpe, Dirk van Lieshout, Afra Eisma, Domenique Himmelsbach de Vries. Wessel Verrijt, Roland van Dierendonck, Boey Wang, Anaïs López, Jake Caleb, Wapke Feenstra, Maartje Folkeringa, Onsia Goemans, Willem de Haan, Paoletta Holst, Pavel van Houten, TINKEBELL, Michiel Huijben, Misja Immink, Eline Janssen, Esther Kokmeijer, Bastiaan Kwast, Lotte Landman, Charl Landvreugd, Tom Loois, Robert van Middendorp, Jack van Mildert, Wineke van Muiswinkel, PIPS:Lab, Peter Taylor, Tonio de Roover, Wouter Venema, Bart van de Woestijne, Mat Wijn.

METAMORFOSE (2021), PREPPEN (2020), BODYBUILDING (2019), PLANTEN (2018), DROPPING (2017), WALKING (2016), ITHAKA (2015).

BUREAU BUURTREIZEN

2008

BUREAU BUURTREIZEN is een reisbureau waar kinderen verhalen delen, kaarten ontwerpen en tours organiseren door hun eigen buurt. Ontwikkeld in opdracht van De Nieuwe Veste, KOP en Stedelijk Museum Breda.

SLEEP-TIME-MONEY

2015

De bezoeker neemt plaats op een bed waarop een hoofdkussen ligt. Vanuit dit hoofdkussen hoort de bezoeker een geluidscompositie. Zoals in Soothing Sounds for Baby (Raymond Scott) doezel je weg en word je naar een droomwereld getrokken. De intentie van de installatie is om mensen te verleiden met geldklanken als mantra of slaapliedje.

(RE)COVERED

2008-2017

Het werk (RE)COVERED bestaat uit een x-aantal rijen van medailles, verpakt in zacht zwart vilt. De medailles zijn trofeeën van voltooide wandeltochten. In het werk is echter alleen het silhouet van iedere medaille nog zichtbaar. Specifieke kenmerken zoals opdruk of kleur zijn niet te onderscheiden, waardoor de medailles een enigszins abstract en iconisch karakter krijgen. Alle medailles uit (RE)COVERED zijn ooit uitgereikt aan een persoon om een moment in het leven te herdenken. In dit geval gaat het om een gezamenlijke wandeltocht. De verzameling medailles visualiseert een collectief (steun)systeem, waarin niet de individuele maar de gedeelde prestatie voorop staat. Het uitreiken van de medaille is het toekennen van geconcentreerde aandacht aan een specifieke ervaring op een gegeven moment in de tijd. Door meerdere herinneringstekens te verhullen en als gezamenlijke installatie te presenteren, verwijst het werk naar gedeelde tijd, herinnering en aandacht. Of, in de woorden van Eelco Runia in Presence (2006), een “focus not on the past but on the present, not on history as what is irremediably gone, but on history as ongoing process.” Maar ook via de woorden van James Baldwin in Black English: A Dishonest Argument (1980), “History is not the past, it is the present. We carry our history with us. We are our history.”